Brutoprijs, korting en marge: zo prijs je je offerte goed
Voor wie werkt met prijslijsten van fabrikanten en groothandels: een simpele rekenmethode van brutoprijs naar verkoopprijs en van inkoopkorting naar marge.
Installatiebedrijven, elektrotechnische bedrijven en leveranciers van bouwmaterialen werken meestal met de brutoprijslijst van de fabrikant. De verkoopprijs bereken je met een korting op die brutoprijs, de inkoopprijs met de korting die je zelf van de groothandel krijgt. Lopen die twee kortingen door elkaar, dan verdwijnt je marge uit beeld.
Drie getallen, twee kortingen
- Brutoprijs: de prijs die de fabrikant publiceert.
- Verkoopkorting: de korting die jij de klant geeft. Verkoopprijs = bruto × (1 − verkoopkorting).
- Inkoopkorting: de korting die jij krijgt. Inkoopprijs = bruto × (1 − inkoopkorting).
Reken je marge goed uit
Voorbeeld: brutoprijs € 1.000, inkoopkorting 40 %, verkoopkorting 25 %. Je inkoopprijs is € 600, je verkoopprijs € 750. Je verdient € 150, en de marge op de verkoopprijs is 20 %. Zeggen dat "het verschil 15 procentpunt is" geeft een verkeerd beeld. Waar het om gaat, is de marge op de verkoopprijs.
Wat laat je zien in de offerte?
Soms wil de klant de brutoprijs en de korting zien, omdat dat laat zien dat de korting echt is. Soms is alleen de nettoprijs genoeg. Wat je ook kiest: inkoopprijs en marge horen nooit in een document voor de klant.
Leg kortingen per merk vast
Krijg je per merk een andere korting, leg die dan één keer vast. Voeg je een product toe aan een offerte, dan komt de juiste korting vanzelf mee. Zo voorkom je dat je voor hetzelfde product in twee offertes twee verschillende prijzen noemt.
Kort samengevat
- Gebruik de brutoprijs als enige bron.
- Houd verkoopkorting en inkoopkorting gescheiden.
- Bereken je marge op de verkoopprijs.
- Zet inkoopprijs en marge nooit in een document voor de klant.